Datum: 21 oktober
Tijd: 14:00 – 16:30
Locatie: Eigen Herd

Leg beweging vast op een manier waarbij het onderwerp zichtbaar vervaagt of vervormt.

Denk aan lichtsporen van auto’s in het donker, een voorbijrijdende trein of sporters in actie. Je kunt beweging registreren door een langere sluitertijd te gebruiken, of door tijdens de opname bewust de camera te bewegen (ICM – Intentional Camera Movement).

Normaal gesproken wil je als fotograaf een haarscherpe foto en houd je je camera zo stil mogelijk. Bij ICM (Intentional Camera Movement) doe je precies het tegenovergestelde: je beweegt de camera bewust terwijl je afdrukt.

Hiermee gebruik je je camera eigenlijk als een penseel. Details verdwijnen en maken plaats voor zachte kleurvlakken en vloeiende banen. Een rij bomen verandert in een schilderachtige aquarel en een stranddag lost op in strakke banen van zand, zee en lucht.


De basisinstellingen

Om beweging vast te leggen heb je een langere sluitertijd nodig. Dat betekent dat er meer licht binnenkomt dan normaal. Om te voorkomen dat je foto helemaal wit (overbelicht) wordt, stel je de camera zo in:

  1. Camerastand: Zet je camera op S (Sluitertijdvoorkeuze) of M (Handmatig).
  2. Sluitertijd: Begin tussen 1/4 seconde en 1 seconde. Is het effect te subtiel? Maak de tijd wat langer (bijvoorbeeld 2 seconden). Wordt alles een onherkenbare waas? Maak hem korter (bijvoorbeeld 1/8 seconde).
  3. ISO: Zo laag mogelijk, meestal ISO 100.
  4. Diafragma: Kies voor een klein diafragma (een hoog getal, zoals f/11 of f/16) om het felle licht tegen te houden.
  5. Beeldstabilisatie (IS/VR/IBIS): Altijd UIT. Beeldstabilisatie probeert trillingen te corrigeren. Als je de camera bewust beweegt, gaat het systeem haperen en krijg je schokkerige lijntjes in plaats van vloeiende vegen.
  6. Scherpstellen: Richt op je onderwerp, stel scherp met de autofocus en zet daarna je lens op handmatig scherpstellen (MF). Zo voorkom je dat de camera halverwege je zwaai gaat twijfelen en weigert af te drukken.

Te veel zonlicht? Midden op de dag is er vaak te veel licht voor een lange sluitertijd, zelfs op ISO 100 en f/16. Fotografeer liever op een bewolkte dag, rond zonsopkomst/-ondergang of in de schaduw. Wil je toch in de volle zon aan de slag, schroef dan een ND-filter (grijsfilter) op je lens. Dit werkt als een zonnebril voor je camera.


De belangrijkste truc: eerst bewegen, dan klikken

De meest gemaakte fout is: stilstaan, doordrukken en pas daarna bewegen. Hierdoor krijg je eerst een scherp beeld en daarna een veeg, wat er rommelig uitziet.

Doe het zo:

  1. Kies je kader.
  2. Start een rustige, vloeiende beweging met je armen of bovenlichaam.
  3. Druk de ontspanknop in terwijl je al beweegt.
  4. Beweeg rustig door totdat je hoort dat de sluiter weer dicht is.

Vier eenvoudige bewegingen om mee te starten

1. De verticale veeg (Tree-swipe)

Beweeg de camera in een rechte lijn van boven naar beneden (of omgekeerd).

  • Werkt het best bij: Bossen, rietkragen en bomenrijen. De stammen vervagen in mooie verticale banen.

2. De horizon-veeg

Beweeg de camera strak horizontaal van links naar rechts.

  • Werkt het best bij: Kustlijnen, zeegezichten en open polders. Lucht, water en land lopen prachtig in elkaar over.

3. De draai

Draai de camera met een korte polsbeweging een stukje om zijn as, alsof je een autostuur een kwartslag draait.

  • Werkt het best bij: Eenzame bomen, kerktorens of gebouwen. Het midden blijft herkenbaar, terwijl de randen in een draaikolk veranderen.

4. In- of uitzoomen (Zoom-burst)

Gebruik een zoomlens en draai tijdens de opname gelijkmatig aan de zoomring.

  • Werkt het best bij: Doorkijkjes, paden in het bos of stadsverlichting. Je trekt de kijker als het ware de foto in.

Wat maakt een scène geschikt?

Niet elke plek leent zich voor ICM. Zonder structuur wordt het al snel een modderige soep. Let op:

  • Duidelijke lijnen: Bomen, masten, de horizon of architectuur geven houvast.
  • Sterk kleurcontrast: Denk aan herfstkleuren tegen een donkere achtergrond, felgroene bladeren of de blauwe zee tegen geel zand.
  • Vermijd saaie, egaal grijze luchten: Die leveren alleen maar een fletse, witte vlakte op in je beeld.

Bekende fotografen ter inspiratie

Om te zien wat er artistiek mogelijk is met deze techniek:

  • Chris Friel (chrisfriel.co.uk): Houdt de camera soms een fractie van een seconde stil voordat hij beweegt. Zo blijft de vorm van het landschap subtiel zichtbaar onder de schilderachtige veeg.
  • Erik Malm (erikmalm.se): Gebruikt langere sluitertijden (enkele seconden) en combineert meerdere bewegingen in één foto — eerst een veeg, dan een lichte trilling of draai.
  • Pep Ventosa (pepventosa.com): Werkt met meervoudige belichting. Hij loopt in een cirkel rondom een boom en maakt tientallen foto’s die hij over elkaar legt, wat een impressionistisch effect geeft.

Reken op veel missers

Bij gewone fotografie wil je dat bijna elke foto raak is. Bij ICM is dat anders: van de twintig foto’s zijn er misschien vijftien mislukt, vier aardig en één een voltreffer. Dat hoort bij het proces.

Begin met 1/2 seconde in een bos of op het strand, zet de stabilisatie uit en varieer met je beweging. Zo ontdek je vanzelf wat werkt voor jouw stijl.

Lees voor meer informatie deze artikelen over ICM en sluitertijd